Criminaliteit in Nederland. Onoplosbaar?

Criminaliteit nederlandEen gemeentehuis gaat in vlammen op, burgemeesters worden bedreigd, gemeenteraden geïnfiltreerd. Schatrijke criminelen financieren sportclubs. In volkswijken zijn drugsbazen de nieuwe welzijnswerkers. Als een Turkse jongen op straat wordt neergeschoten, komt Satudarah het verkeer regelen. Dat is de achterkant van Nederland. Dit is de eerste passage uit het boek "De achterkant van Nederland" van Pieter Tops en Jan Tromp, dat eerder deze maand verscheen. Een ontluisterend beeld van misdaad in (met name) Brabant, en met name over de mate waarin de misdaad verweven (b)lijkt te zijn met de 'bovenwereld'.

Een rechercheur had het precies uitgevogeld: wie er achter hennepkwekerijen zat, hoe de criminele organisatie was opgebouwd, hoe de winst werd weggesluisd naar het buitenland. Toch werd er geen onderzoek opgestart. Te weinig mensen en de zaak had geen prioriteit. De rechercheur: "Uiteindelijk ben ik maar gestopt met het opmaken van dit soort rapportages. Het is water naar de zee dragen." Een quote uit een artikel van NOS.nl.

Volgens een uitgelekt rapport, in handen van Dagblad TROUW, is er sprake van een structureel capaciteitsprobleem bij de politie, dat (mede) tot gevolg heeft dat burgers én ondernemers meer en meer neigen naar het niet doen van aangifte. Immers: 'het loont toch niet', 'er gebeurt toch niks met mijn aangifte'. Een pijnlijke, maar dikwijls juiste overweging, overigens. Té vaak wordt het doen van aangifte ontmoedigd door mededelingen van 'baliemedewerker(st)ers als 'dit is civiel', of 'daar hebben we helaas geen tijd of capaciteit voor'. Die eerste (drog)reden is vaak eenvoudig te pareren, de tweede geeft ruimte voor discussie:

Vanuit mijn vakgebied (private opsporing) kom ik met enige regelmaat op politiebureaus in den lande. Ook recentelijk: ik was uitgenodigd te participeren in een 'actiedag' waarop in een 'kleiner werkgebied' aandacht geschonken zou worden aan problemen die doorgaans ondergeschoven blijven. Een mooi initiatief, als je het mij vraagt. Maar liefst 18 politiemensen waren aanwezig, samen met enkele leden van het Team Handhaving van de betreffende gemeente. Uiteindelijk heb ik samen met deze opsporingsambtenaren, ruim 2 1/2 uur besteed aan overleg, lunch en koffiedrinken. 18 keer 2 1/2 uur, dat zijn 45 manuren. Ruim één werkweek. U leest het goed: één werkweek 'verdampt' op één werkdag. Verdampte capaciteit, hard nodig om kleine misdrijven op te lossen.

Deze verdampte capaciteit is natuurlijk niet de enige oorzaak van het feit dat misdrijven onopgelost blijven. Er ís ook gewoonweg te weinig personeel, te weinig specialisme bij de politie. Dat biedt vervolgens ruimte voor een andere discussie: als de politie sommige misdrijven niet kan onderzoeken, laat staan oplossen, betekent dit dan dat we dan met z'n allen moeten accepteren? Of moet er 'creatief' worden gezocht naar alternatieve oplossingen, er van uit gaande dat de nieuwe verkiezingen in 2017 niet tot gevolg zullen hebben dat de budgetten voor de politie plots enorm zullen worden opgeschroefd? Moet er wellicht toch serieuzer worden gekeken naar de mogelijkheid om private opsporing meer ruimte en slagkracht te geven, om publiek-private samenwerking in de opsporing een échte kans te geven? Het rapport dat in februari 2016 werd uitgebracht na een pilot op het gebied van publiek-private samenwerking in de opsporing vermeldt onder meer: 'Van alle (33) door de POB’s aangeleverde zaken waarvan wel aangifte is gedaan is een groot deel door de politie opgepakt (75%). In de helft van de zaken is een verdachte opgespoord'. Het rapport maakt ook melding van zaken die niet goed zijn gegaan. Het gaat te ver het rapport samen te vatten in dit artikel, via deze link kunt u het volledige rapport inzien.

Ik nodig u, als lezer van dit stuk, van harte uit mee te denken en uw reacties bij dit bericht te plaatsen.

Interessant voor jouw netwerk?

Mijn nieuws blijven volgen?

Laat een reactie achter