Privacyschending – het probleem van een particulier detective bureau

Privacyschending criminaliteitOnlangs verrichte ik een onderzoek naar oplichtingspraktijken, waarin de goede naam van een van mijn opdrachtgevers werd misbruikt. Tijdens mijn werk bleek ‘privacy’ weer eens een schild waar particuliere onderzoekers té vaak tegenaan lopen.

De casus in het kort: Een (nog altijd) onbekende heeft een website gebouwd, waarop hij zich voordoet als iemand anders, als advocaat, nota bene. Vanuit die hoedanigheid stuurde ‘de onbekende’ brieven rond, uit naam van mijn opdrachtgever, met de mededeling dat de ontvanger van de brief inbreuk had gemaakt op de intellectuele eigendomsrechten van mijn opdrachtgever, en dat de ontvanger van de brief -kort gezegd- zichzelf een hoop problemen kon besparen door een geldbedrag over te maken op de rekening van het (niet bestaande) advocatenkantoor.

Vooropgesteld dat de feitelijke inbreuk door de ontvanger van de brief niet door ons of de merkhouder is onderzocht, en dit onderdeel dan ook buiten dit betoog gehouden wordt, was er uiteraard wel werk aan de winkel. Immers: de goede naam van mijn opdrachtgever wordt misbruikt om wederrechtelijke verrijking (simpelweg door oplichting) te plegen door De Grote Onbekende. Maar: gelukkig had ‘het advocatenkantoor’ een website: het moest natuurlijk voor de slachtoffers wel allemaal zo echt mogelijk lijken.

De domeinnaam van de website eindigde op een .nl domein, en bij de (beperkte) SIDN informatie staan een naam en email-adres van de houder van de website. Het e-mailadres biedt weinig houvast: een Outlook-adres, dat door iedereen zo maar aangemaakt kan worden. Ik besloot contact te leggen met de registrar, het bedrijf waar de domeinnaam ‘gekocht’ is. Ondanks het feit dat de Algemene Voorwaarden van deze registrar ruimte open laten voor het delen van informatie in gevallen van (ik citeer) ‘signaleren, opsporen en tegengaan van misbruik van de server of de webpagina’s’  was het stellige antwoord van de registrar: zonder ‘bevel van de Rechtbank’ verstrekken wij niets.

De privacy-kaart werd weer gespeeld, en kennelijk is de angst bij bezitters van persoonsgegevens om claims aan de broek te krijgen groter dan de wens om misstanden aan de kaak te stellen.

Deze casus staat vanzelfsprekend niet op zich. Met grote regelmaat worden pogingen om verdachten van misdrijven door particuliere onderzoekers te laten opsporen (hetgeen helaas nog te vaak nodig is, omdat de capaciteit en prioriteiten bij de politie er toe leiden dat zaken ‘op de plank’ belanden) de nek om gedraaid doordat ‘privacy’ roet in het eten gooit, althans doordat diverse partijen zich verschuilen achter de term ‘privacy’.

In een interview in ‘De Secondant’, het maandblad van het CCV, in December 2011, gebruikte Mr. Jacob Kohnstamm, voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens (destijds nog College Bescherming Persoonsgegevens) de uitspraak “privacy wordt soms als vijgenblad gebruikt om niet in te grijpen“. Inmiddels, ruim 4 jaar na de publicatie van deze uitspraak, is helaas slechts vast te stellen dat het bij deze uitspraak gebleven is: er is nauwelijks verbetering opgetreden, zeker niet merkbaar in de praktijk van een Particulier Onderzoeker.

De eigenaar van de in deze casus bedoelde website, en daarmee zeer waarschijnlijk ook degene die zich onterecht voordeed als advocaat lijkt daarom weg te kunnen komen met twee misdrijven: het valselijk uitgeven voor advocaat (Artikel 196 van het Wetboek van Strafrecht) en (poging tot) oplichting, strafbaar gesteld in Artikel 326 (jo. 45) van het Wetboek van Strafrecht. Lang leve de privacy.

Interessant voor jouw netwerk?

Mijn nieuws blijven volgen?

Laat een reactie achter